- Détails
- Création : 25 mars 2015
- Mis à jour : 8 juillet 2026
- Publication : 25 mars 2015
- Affichages : 22371
AMSTERDAM
Jean-Claude SEGUIN
Amsterdam est la capitale des Pays-Bas
1898
Le Biograph (Cirque Carré. 19->19 août 1898)
Le cirque Carré vient d'engager la troupe de M. Leo L. Lewin. Le journaliste s'est rendu la veille pour avoir un avant-goût du spectacle. Parmi les nouveaux numéros, il y a un biograph. L'inauguration est prévue pour le 20 août :
Een nieuw specialiteiten-gezelschap.
Het gezelschap-Lorenz in den circus-Carré is door een ander vervangen.
De heer Carré heeft thans zelf de exploitatie ter hand genomen en is er, ter zijde gestaan door zijn ijverigen secretaris, den heer Raabe, in geslaagd een specialiteiten-gezelschap te engageeren, dat voor het Amsterdamsche publiek veel belooft. Directeur van dat gezelschap is de heer Leo L. Lewin, een man, die in het buitenland met dergelijke gezelschappen steeds veel succes had en wien het steeds — zoo meldt de faam — mocht gelukken de "nieuwste nieuwtjes" aan zich te verbinden.
Gisteravond toen wij den circus eens bazochten om de verbeteringen die er in zijn aangebracht, te bekijken, gaf de heer Lewin ons meteen een voorproefje. Veel was het nog niet, want de meeste leden van het gezelschap worden eerst heden verwacht, maar wat wy zagen voorspelde veel goeds.
Wij zagen twee nummers. Het eerste was een apendressuur. Een groote aap, die op een ezel als jockey rijdt en de gewone circus-jockey-toeren met onberispelijke juistheid vertoont, benevens andere proeven van dressuur, die zeer aardig zijn.
Het tweede nummer van de biograaf, een verbeterde bioscoop of phonograaf. De levende photographieën slagen zeer goed en zijn reusachtig van afmeting. Men ziet o. a. het optreden van de New-Yorksche brandweer; het voorbij rijden van den Amerikaanschen sneltrein, met een snelheid van 60 KM. per uur, Mc. Kinley met zijn secretaris in zijn park wandelende; de Niagara, enz., altemaal beelden in Arasterdam fonkelnieuw en de bezichtiging zeer waard.
Beide nummers bewezen, dat het publiek bij het eerste optreden van het gezelschap op Zat erdagavond 20 dezer, al dadelijk iets goeds zal te zien krijgen.
Algemmen Handelsblad, Amsterdam, 19 août 1898, p.
1899
Le Cinématographe du Docteur Doyen (Grande Salle de l'université, 9 et 11 août 1899)
C'est dans la Grande Salle de l'université, à Amsterdam, que le Dr Doyen va proposer, dans le cadre du Congrès International, deux séances de projections cinématographiques. Cette figure controversée de la chirurgie à l'époque est probablement le premier à avoir utilisé le cinématographe dans le domaine médicale, avec la complicité des opérateurs Clément-Maurice et Ambroise-François Parnaland. Les vues des opérations sont projetées :
LE CINÉMATOGRAPHE
AU CONGRÈS INTERNATIONAL D'AMSTERDAM
M. Doyen a donné dans la grande salle de l'Université, qui avait été aménagée spécialement, deux séances de projections cinématographiques.
Dans la première séance, qui eut lieu le mercredi 9 août, à 5 heures, après la discussion de la première question à l'ordre du jour, M. Doyen a reproduit sur un écran de 5 mètres de largeur et d'une hauteur à peu près égale, les opérations suivantes:
Énucléation de l’œil, Thyroïdectomie, Néphrectomie, Appendicite, Amputation de cuisse, Amputation du pied, Extirpation de l'astragale, Craniectomie, Résection du genou Ovariotomie.. M. Doyen a fait ressortir l'importance de sa méthode opératoire, la simplicité de ses procédés, la sûreté et la précision de sa technique.
Revue critique de médecine et de chirurgie, 1re année, nº 2, 1er septembre 1899, p. 11.
Deux autres vues sont proposées le surlendemain : Hystérectomie abdominale et Hystérectomie vaginale. Le compte rendu, toujours publié dans la même revue dont le Dr Doyen est le responsable est, on s'en doute, élogieux :
Les assistants ont remarqué la facilité avec laquelle ils pouvaient suivre sur l'écran, dans des cas aussi compliqués tous les détails de l'opération.
Revue critique de médecine et de chirurgie, 1re année, nº 2, 1er septembre 1899, p. 12.
Le Dr Doyen va organiser ailleurs d'autres conférences avec cinématographe qui sont autant de publicité pour sa méthode chirurgicale et pour les prises de vues.
1902
Le Phono-Cinéma-Théâtre de Marguerite Vrignault (Salle Odéon, 4-[6] janvier 1902)
Marguerite Vrignault, l'inspiratrice du Phono-Cinéma-Théâtre, après l'avoir présenté à l'Exposition Universelle de Paris et dans plusieurs villes françaises, va entreprendre plusieurs tournées européennes. Lors de ces voyages, elle est accompagnée de l'opérateur Félix Mesguich. La presse annonce son arrivée prochaine dès le mois de décembre :
Phono-Cinéma, theater.
Binnen eenige dagen komt vermoedelijk een theater voorstellingen geven, waar men allerlei Parijsche beroemdheden kap zien en hooren, zonder dat ze in de zaal aanwezig zijn.
De beste zangeressen en zangers der Groote Opera van Parijs (benevens Sarah Bernhardt, de beide Coquelins, het ballet van de Groote Opera met de beroemde ster Rosita Mauri, de operette-diva Mily Meyer, Rejane, Victor Maurel, mevrouw Reichemberg, Cleo de Merode, e.a., zij zullen door middel van een combinatie van den kinematograaf en den phonograaf zingen, declameeren, acteeren, dansen, enz. enz. en de heer Richard Hageman, die reeds een tournée met dit theater als pianist door verschillende landen maakte, zal al die beroemde stemmen, die uit den phonograaf komen, evenals de balletten op het klavier accompagneeren.
De opvoeringen zullen in „Odéon" plaats: hebben.
Algemeen Handelsblad, Amsterdam, 20 décembre 1901, p. 6.
Il s'agit là d'un article assez généraliste qui a la qualité de décrire sobrement le spectacle à venir. Il faut dire qu'à Amsterdam, nous allons pouvoir disposer de la programmation complète des séances, depuis l'inauguration qui a lieu le 4 janvier 1902.
![]() |
Phono-Cinéma-Théâtre. Odeon te Amsterdam wordt de herberg van sprekende en zwijgende kunst, van kunst, die iets nieuws wil zijn. Eerst het Ueberbrettl’theater, nu het Phono-Cinéma-Théâtre. Het eerste een café-chantant met mise-en-scène, goede artiesten en een stijl van het verleden en het machteloos zoekende naar een toekomende; — het laatste théâtre… een pogen om in afbeelding en klank het leven en de werkelijkheid gelijk te worden, zij 't ook in schijn. Naar het Phono-Cinéma-Théâtre hadden velen zich opgemaakt, in het bijzonder Amßterdamßche musici, en een enkel geleerde, zoekend naar wetten in phonetische verschijnselen, om die „vast te leggen en vast te houden in formules." Wat men te zien kreeg, was, uit cinematisch oogpunt, goed, — niet beter dan in Circus Oscar Carré of Flora, — hoewel de bibbering een enkele maal grooter was. Het kenmerkende van het Phono-Cinéma-Theâtre is: de keus der onderwerpen. Deze is niet van belang ontbloot; b.v. het duel-tooneel van Sarah Bernhardt in Hamlet; Belachelijke Hoofsche Juffers, door Coquelin ainé en de dames Esquilar en Kerwich, een dans van Cléo de Merode, De Verloren Zoon, pantomime, Cyrano de Bergerac, duel-scène door Coquelin ainé. Bijzonder goed waren: Terpsichoré, du Palais de la danse, Mily Meyer in haar Chanson en Crinoline, enz. Het phonographisch gedeelte muntte uit door groote soberheid. Het nabootsen van het schuren der degens bij de duel-scènes was zeer goed en natuurlijk. Het inwerkingbrengen van „vastgelegde" stemmen en zangen bleef ook hier het benepene en benauwde behouden, en kwam het meest het geluid nabij van een varken, dat gekeeld wordt. Het phonetische is bij het Phono-Cinéma-Théâtre nog in wording. Dit neemt niet weg, dat het bijwonen van eene voorstelling wel der moeite waard is. |
| Algemeen Handelsblad, Amsterdam, 2 janvier 1902, p. 3. | Het nieuws van den dag, Amsterdam, 6 janvier 1902, p. 10. |
Si l'article du Het nieuws van den dag souligne l'intérêt et la nouveauté du spectacle, il n'en reste pas moins réservé sur les résultats obtenus. En tout état de cause, Marguerite Vrignault a concocté un programme qui rappelle ceux qu'elle a présentés en France ou ailleurs. Après une sorte d'introduction destinée à présenter, grâce à des vues panoramiques et des vues animées, l'Exposition Universelle de 1900, sont proposés des films déjà classiques du Phono-Cinéma-Théâtre : Danse directoire, Scène du duel de Hamlet, Le Maître de ballet, Le ballet du Cid, Les Précieuses ridicules, Danse ancienne, Le Chapeau récalcitrant, Footit et Chocolat, L'Enfant prodique, Le Troupier pompette, La Korrigane, Cyrano de Bergerac, Little Tich, Chanson en crinoline, Terpsichere, Mason et Forbes, Excentrics Américains.
On ignore la date du départ de Phono-Cinéma-Théâtre, mais la dernière annonce date du 6 janvier 1902, ce qui pourrait vouloir dire le séjour a été rapide.
